In 2026 biedt het college de raad een rechtmatigheidsverantwoording aan. Deze verantwoording hoort bij de jaarrekening over het jaar 2025. In de rechtmatigheidsverantwoording verklaart het college dat de verantwoorde baten en lasten en de balansmutaties (wel of niet of gedeeltelijk) in overeenstemming zijn met:
- door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen
- bepalingen in de relevante wet- en regelgeving.
In de rechtmatigheidsverantwoording zijn drie criteria van belang:
- het begrotingscriterium (zijn de lasten binnen het totaal van de vastgestelde programmabudgetten gebleven?)
- het voorwaardencriterium (zijn de eisen en voorwaarden die worden gesteld aan financiële (beheers)handelingen toegepast?)
- het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium (is er geen sprake van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen?)
Met ingang van 2025 is de verantwoordingsgrens 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves. Dat was 3% inclusief toevoegingen aan de reserves.
Voorheen was de materialiteit voor fouten 1% en voor onzekerheden 3%. Vanaf 2025 moeten de fouten en onzekerheden bij elkaar opgeteld worden en betrokken worden in de oordeelsvorming.
In de paragraaf Bedrijfsvoering in het jaarverslag geeft het college een toelichting op de uitkomsten van het rechtmatigheidsonderzoek .